25.04.2020

Tripeltjes en bergen oprennen.

Ik ging bloedprikken in Corona-tijd. Om bij Certe te komen hoef ik slechts de brug over het Eemskanaal te bewandelen en ik ben er. Buiten wacht een vrouw me op, gehuld in een schort, met latex handschoenen aan en een mondkapje voor. “Goedemorgen, even een paar vragen: Bent u onlangs in ItaliĆ« geweest? In China? In Brabant? Was u bij het carnaval?”. Ze lacht en vervolgt: “Heeft u een hoestje? Bent u verkouden? Heeft u onlangs koorts gehad?”. Als ik op alle vragen het gewenste antwoord heb gegeven mag ik naar binnen. Daar staat de volgende dame in zo’n zelfde tenue. “Wilt u even blijven staan? Ik ga uw temperatuur opmeten”. Ze stopt een thermometer in mijn oor en zegt:”Prima hoor, ken je het hier? Loop dan maar door.”

In de wachtkamer ligt op elke tweede en derde stoel een papier met de tekst: ‘Hier niet gaan zitten, houd 1,5 meter afstand!’. Er zijn nog twee andere mensen in de wachtkamer. Ze hebben me zien binnenkomen en gezien dat ik dezelfde observaties maakte als zij even daarvoor. Ik krijg twee begripvolle glimlachen en we hebben meteen contact. Corona bindt, zelfs met 1,5 meter afstand. Als ik word geroepen tref ik de verpleegkundige achter een plexiglas wandje. Ik moet mijn arm er onderdoor steken zodat zij haar werk kan doen. Het gaat allemaal prima.

De dagen daarna ben ik toch weer toenemend gespannen. Ik heb dit keer, door de Corona, geen fysieke maar een telefonische afspraak met mijn nefroloog. Ondanks dat ADPKD2 een aandoening is waarbij de nieren slechts achteruitgaan, heb ik altijd weer de hoop op een meevallende uitslag. Op de ochtend dat zij mij belt, belt ze 20 minuten later dan afgesproken. Corona of niet, ook nu loopt het spreekuur uit. Alles ligt even stil. Ik kan niet gauw nog even een telefoontje plegen voor mijn werk want ik heb een afspraak met haar. En dus word ik, net als anders, gedwongen alleen maar aan de uitslag te denken, 20 lange minuten. Als ze belt is het, zoals altijd, een fijn gesprek en, ook zoals altijd, valt een paar punten minder op mijn nierfunctie als een ijsklontje in mijn maag. En ik weet dat dat klontje enkele dagen nodig heeft om weer te smelten, waarna ik de gedachten aan de teloorgang weer gelaten naast me neerleg.

Maar voor het zover is vangt mijn liefste me op. “Viel het tegen?”. Ik zit tegenover hem met mijn medische notitieboekje waarin ik sinds 2014 alle uitslagen opschrijf. Hij ziet mijn rijtje met getallen en de wiskundige in hem komt boven. “Mag ik dat boekje even?”. Hij maakt een foto met zijn telefoon en de 30 minuten daarna zie ik hem rekenen, krabbelen en tekenen en ik hoor hem verzuchten dat het net een beetje anders moet en uiteindelijk staat er een lijn die hij ‘de regressielijn’ noemt. Als de lijn af is weten we allebei dat mijn lichaam zich niet aan de lijn zal gaan houden. Of het sneller zal gaan of langzamer dat weet niemand. Ziekte laat zich niet leiden door een wiskundige. En dus kijkt hij me aan en zegt: “Zeg, als jij straks een nier van mij hebt, denk je dan ook dat je Tripeltjes gaat drinken en bergen op wilt rennen?”. En hij glimlacht nu al van dit gezellige idee.

Admin - 13:08 @ Cystenieren, Emotie, Helpend, Verlies | 1 opmerking