25.02.2020

Kwetsbaarheid

In het dagelijks leven ben ik een hardwerkende vrouw die al jaren functioneert op een niveau waarin stevige gesprekken worden gevoerd en belangrijke beslissingen worden genomen. Hoewel mijn werk empathie vraagt, vraagt het ook helderheid en de vaardigheid om moeilijke boodschappen goed over te brengen. Het allerbelangrijkste is een goed contact met de ander, juist als het emotioneel wordt. Werk dat stabiliteit en doortastendheid vraagt, en dat gaat me goed af. En toch gebeurt er eens per kwartaal iets verwarrends.

Een dag of wat voordat ik naar het ziekenhuis moet voor controle, begint het toch een beetje te zeuren. Als een vervelende bromvlieg zoemt het soms om mijn hart en soms om mijn hoofd: Oké, wat nu weer? Hoe zal het gaan? Wat zeggen de uitslagen van mijn bloed en urine over hoe het werkelijk met met me gaat?
Op het moment dat ik haar spreekkamer inloop begint de bromvlieg pas echt. Ik zit op de stoel tegenover haar en kijk gespannen. Ik vind haar een goede dokter, ze past bij mij. Ze is vriendelijk maar ook helder en vlot in haar boodschap. Ze draait altijd in één beweging haar beeldscherm naar me toe en wijst me op wat goed gaat, wat beter kan, wat opvalt. Ik incasseer wat er gezegd wordt en slik het weg, ik zeg alleen het hoognodige. Pas later in de auto haal ik weer naar boven wat zij zei, wat ik vertelde, wat haar advies was, om er dan een tijdje over te peinzen. Maar bovenal rijd ik zo snel mogelijk weer weg van dat ziekenhuis. Nu het nog kan.

Dat is dan nog het ‘oké-doktersbezoek’. Er is een variatie op dit thema, het ‘doktersbezoek-met-tranen’. Soms stelt ze me ineens een vraag over onderzoeken uit de afgelopen jaren, zaken die mis zijn gegaan en beter hadden gemoeten. En dan zit ik zomaar ineens met rode ogen en biggelen er tranen. De herinnering aan hulpeloosheid en verraad, een verpleegkundige die impulsief iets naars zei zonder de impact te kunnen inschatten of zich niet hield aan afspraken, zodat ik meer pijn had dan nodig. Er zijn ervaringen die mij direct terugwerpen in de tijd en die de kwetsbaarheid uit al mijn poriën laat stromen. En ik kan het niet voorkomen, de stoel tegenover de dokter maakt soms van mij een hulpeloze vrouw en ik haat het.

Niet alleen ik ben hier verbaasd over. Ik luister naar de vrouw, in het dagelijks leven beleidsmedewerker, die onlangs een operatie onderging en zich heel verdrietig en kwetsbaar voelde op de verkoeverkamer. Daar lag ze, helemaal alleen, in haar hoofd en hart teruggeworpen naar gebeurtenissen van een paar jaar eerder. Haar kind kwam bij uit de narcose, na een paar spannende uren. Zij zat bij zijn bed, ze was er om hem te steunen en te troosten. Maar nu was zij alleen, er was niemand om haar bij te staan. Waarom? Omdat ze volwassen is, omdat het niet gebruikelijk is dat er dan iemand bij je is. Zodra je volwassen bent heb je dat maar te kunnen. Terwijl: wat weten de verpleegkundigen op die kamer eigenlijk van de draagkracht van de patiënt, van de zorgen, het verleden, de trauma’s? Waarom mocht haar man niet klaarstaan naast haar bed, toen zij wakker werd uit de narcose?

Ik luister naar de jongeman, in het dagelijks leven jurist, die me vertelt hoe moeilijk hij het vindt om slecht nieuws te krijgen over zijn zoon. Hoe hem dat overspoelt, hoe de dokter dan vaak doorpraat, terwijl hij het in zijn hoofd en hart niet kan bijbenen. Hoe lastig het is als het volgende moeilijke item alweer wordt besproken. Hij voelt zich machteloos en verliest alle vaardigheden die hij in zijn dagelijkse bestaan zo ontzettend goed beheerst. Koning van het woord is hij, in de rechtszaal, maar niet in de spreekkamer. Hij kan het niet voorkomen, de stoel tegenover de dokter maakt soms van hem een hulpeloze man en hij haat het.

©Ellis Elzenga 2020

Admin - 12:21 @ Arts, Emotie, Verlies | 14 opmerkingen